Naaimachinenaalden

  • Gebruik altijd de juiste naaimachinenaald; voor elke toepassing is er een andere naald nodig
  • Gebruik de juiste naalddikte; dit is afhankelijk van de garendikte en de dikte van het stof
  • Naalddikte 70: 70wt garen en zeer dunne stoffen
  • Naalddikte 75 of 80: 50wt garen en dunne/normale stoffen (bv patchwork katoen)
  • Naalddikte 90: 40wt garen en normale/iets dikkere stoffen
  • Naalddikte 100: 30wt garen en dikke stoffen
  • Verwissel regelmatig de naaimachinenaald ter voorkoming van gebroken of gerafeld naaimachine garen, overgeslagen of onregelmatige steken, stofbeschadigingen, poppende geluiden tijdens het naaien. En regelmatig is na 8 tot 10 uur naaitijd
  • Een groter naaldoog zorgt voor een betere doorvoer van wat dikker garen of garen van slechtere kwaliteit
  • Goedkoop naaigaren zorgt veelal voor veel naai-irritatie; kies ook op de spoel voor een betere kwaliteit (spoel)garen